Home Nieuws Keurmerk Noordzeeschol, doen!
Keurmerk Noordzeeschol, doen!

Bron: Visserijnieuws, 26 november 2010

URK – Liever gisteren dan vandaag een kwaliteitslabel als dat helpt om schol met meerwaarde in de markt te zetten. Doen dus. Dat was de slotconclusie van een presentatie van het North Sea Fish Center op Urk aan aanvoerders om schol onder een Noordzeekeurmerk op de markt te zetten. Een presentatie met aan het eind een emotionele discussie.

Hoe ver staat het North Sea Fish Center, wat hebben we gedaan, wat hebben we geleerd van de Europese markt en wat zijn de plannen? Dat was het centrale thema van een presentatie van het NSFC afgelopen zaterdagmorgen in de kantine van de Urker visafslag. In een besloten vergadering in oktober gaven zestien handelaren en verwerkers hun fiat om plannen voor een kwaliteitskeurmerk verder uit te werken, nu waren in een openbare bijeenkomst de platvisvissers aan bod.

NSFC-projectmanager Robert Lifmann gaf aan dat de noodzaak voor verbetering van de platvismarkt de afgelopen twee jaar alleen maar groter is geworden. Prijzen zijn immers gekelderd, en ook marges in de handel zijn verder onder druk komen te staan. Lifmann noemde als verklaring niet alleen de concurrentie van pangasius als alternatief en rocksole als vervanger voor schol. Ook zei Lifmann klip en klaar dat uit onderzoek is gebleken dat schol niet altijd Noordzeeschol bleek te zijn, maar wel als zodanig wordt verkocht, dat er gemengd wordt met nog goedkopere platvis als bot en schar, en dat er gerotzooid wordt met gewenste en ongewenste toevoegingen om schol zwaarder te maken. Dergelijk bedrog komt niet altijd uit Nederland als grootste speler op de markt, maar is ook aangetroffen in verpakkingen vanuit Polen.

Marktonderzoek door het LEI wees uit dat schol niet onderscheidend genoeg in de schappen ligt, dat veel consumenten schol niet kennen en dat boven alles schol een duurzaamheidslabel nodig heeft alvorens marktterrein te kunnen (her)winnen. Maar de onderzoekers wezen ook op kansen, vooral door het benadrukken van de unieke kenmerken van schol: smaak én vis uit de goed beheerde Noordzee.

Alvorens echt de boer op te gaan met nieuwe concepten is nu eerst een kwaliteitskeurmerk ontwikkeld. Marktpartijen gaven aan dat dit door praktijken in de industrie nodig is, en bovendien dat MSC straks wel een voorwaarde is, maar dat er ook een keurmerk nodig is dat op andere zaken let dan alleen ecologische impact. Met name wat betreft de kwaliteit. Voor pilotprojecten denkt Lifmann aan nieuwe verkoopsegmenten, bijvoorbeeld foodservice en semi-industrie die honderdduizenden maaltijden per dag maken. ,,Als je daar een paar procent van mee weet te pakken ben je spekkoper.´´

John Oosterhuis, voormalig kwaliteitsmanager bij Ahold en als expert door het NSFC aangetrokken om het keurmerk mede te ontwikkelen, gaf aan aan welke criteria aanvoerders, afslagen en verwerkers moeten voldoen. Aanvoerders moeten in het bezit zijn van een CVV danwel RFS-certificaat als bewijs voor het uitoefenen van een verantwoorde visserij, zij moeten in het traject voor MSC-certificering zitten en moeten oog hebben voor duurzame visserijtechnieken met minder discards. Geen Franse slag met strippen en ijzen zijn vanzelfsprekendheden, maar dienen wel genoemd te worden. Overweekse vis kan het kwaliteitskeurmerk sowieso niet krijgen. Als belangrijke aanbeveling wordt meegegeven om niet meer dan twintig procent van de schol in de kuitzieke periode op te vissen.

 

Voor afslagen is van belang dat er een eenduidige kwaliteitscontrole komt en in het bijzonder dat er ook meer aandacht wordt gegeven aan het doorbreken van de koelketen. Voor de handel geldt onder andere: geen fosfaattoevoegingen (,,tumbelen en injecteren mag wel als het op de verpakking staat, maar deze vis krijgt niet het keurmerk), maximaal 20 procent glacering om de filet (,,geen handel in water dus, dat hoort niet bij kwaliteitsvis´´), dat verse vis binnen drie dagen in het verkoopkanaal ligt, en diepvriesvis binnen negen maanden. Refreshed ofwel als vers verkochte ontdooide vis mag niet voorzien zijn van het NSFC-kwaliteitsmerk. Een onafhankelijk bedrijf wordt aangetrokken om te controleren of partijen de criteria eerbiedigen.

Voor het ontwikkelen van een beeldmerk is het Amsterdamse bureau Reggs in de arm genomen. Claire Teurlings van Reggs liet aanschouwelijk zien hoe visueel invulling is gegeven dat de aankoop gegarandeerd staat voor  duurzaam gevangen kwaliteitsschol uit de Noordzee. De oranje stippen op de schol geven inspiratie voor een feestje onder en boven water. Authenciteit wordt benadrukt, het goede gevoel voor vis van dichtbij. Tientallen schetsen passeerden de revue. De keuze is gevallen op een tweekleurig logo met een platvis, en de tekst ´Good catch, good taste´.

In de discussie bleek dat de enkele tientallen aanwezige vissers nauwelijks problemen zien in de voor hen opgestelde criteria. Alleen de aanbeveling om maximaal 20 procent van de schol te vangen in de kuitzieke periode wordt als een zware dobber ervaren. Schipper Iede Geert Bakker bepleitte een gedeeltelijk vangstverbod in de eerste maanden van het jaar.

Maak je de schol niet te duur met een kwaliteitslabel?, zo was een vraag uit de zaal. Johan van Nieuwenhuijzen wees er op dat de consument voor scholfilet van Vis van dichtbij bij Albert Heijn 17 euro per kilo betaalt. En uit het LEI-onderzoek bleek dat in het buitenland voor pangasius soms meer wordt betaald dan voor schol. Kortom, er moet ruimte zijn.

Als die ruimte er dan is, dan wilden de vissers wel weten of zij als aanvoerders daar ook van kunnen profiteren. De doelstelling van het NSFC is dat alle partijen er beter van worden, maar in dit stadium kunnen daar geen garanties voor gegeven worden. Een pilot moet uitwijzen welk prijsniveau acceptabel is voor een gegarandeerd goede en constante kwaliteit.

Robert Lifmann gaf aan een kentering ten goede te zien in de vraag naar een eerlijk natuurproduct van eigen bodem. André de Vries van de Vereniging van Visgroothandelaren Urk reageerde dat met het keurmerk in de hand het kaf van het koren kan worden gescheiden.  VVU-voorzitter Cees Koffeman gaf aan dat door anticampagnes in VS en nu ook in Europa kweekvis langzaam maar zeker in de knel komt en voorspelde dat de vraag afneemt.

Als handelsvoorman met een warm hart voor de visserij juicht Koffeman het toe dat malafide praktijken worden verbannen, maar wees er wel op dat het veelal buitenlandse afnemers zijn die hiertoe opdracht geven. Opgekropte frustratie over de superlage scholprijzen en onmacht van de vissers kwam vervolgens tot ontlading. Koffeman hoorde het harde commentaar eerst rustig aan, maar het werd stil toen hij ging staan. ,,Jullie hebben de schepen, jullie hebben een eigen afslag, jullie hebben eigen producentenorganisaties, en sinds vorig jaar een eigen verwerkingsfabriek. Wat let jullie als vissers om zelf de markt op te gaan?´´ Na een stilte, antwoordde Henk de Boer van Osprey Trawlers: ,,Geld!´´ ,,Conclusie´´, aldus Koffeman: ,,Aanvoer en handel zijn tot elkaar veroordeeld. Maak er daarom allebei het beste van.´´

Johan van Nieuwenhuijzen was verrast door de emotionele reacties van de Urker vissers. ,,Dat er gemengd en getumbeld wordt, moet toch bekend zijn. Maar vergeet niet dat ook de handel aanhikt tegen valse concurrentie en zich kwetsbaar opstelt, zij zitten in de mangel van private labels waarover ze zelf geen regie kunnen voeren. Wij van het NSFC gaan uit van een samenwerkingsmodel waarin ook de aanvoerders een stuk regie in handen krijgen, maar moeten eerst de garantie kunnen bieden dat schol ook echt Noordzeeschol is alvorens we verder kunnen met de doelstelling om het rendement voor alle partijen te verbeteren. Na de kuitzieke periode willen we daarvoor volgend voorjaar een proef uitrollen.´´


Drie jaar terug werden op Urk de eerste plannen ontvouwd om schol onder kwaliteitskeur op de markt te zetten. Het toenmalige ministerie van LNV vond dat het een landelijk en breder plan moest worden en pushte meerdere initiatiefnemers om de platvismarkt te verbeteren tot samenwerking. Dat werd de geboorte van het NSFC, en als beloning stelde de rijksoverheid eind 2008 één miljoen euro subsidie beschikbaar.
Als eerste stap liet het NSFC een marktonderzoek uitvoeren. Dat werd vorig jaar zomer gepresenteerd, en als vervolgstap kondigde het NSFC aan dat 2011 het jaar van de pilotprojecten ging worden. Zover is het echter nog lang niet. Want gaandeweg werd in de gesprekken met internationale retailers duidelijk dat de markt eerst vertrouwen nodig heeft dat schol óp de verpakking ook echt Noordzeeschol ín het doosje betekent. In Italië zijn schrijnende voorbeelden gevonden waarbij dat niet bleek te zijn.

Het Visserij Innovatie Platform, dat aan de basis stond van de subsidie, maande het NSFC begin dit jaar  vaart te maken. Daarop werd een projectmanager in de persoon van Robert Lifmann aangetrokken. In de tussentijd stapte Kees de Boer van Medfish/Visveiling Urk uit het managementteam van het NSFC, en recent is die vacacture vervuld door Cees van den Berg van Rederij J. van den Berg & Zn. Andere leden van het managementteam zijn Johan van Nieuwenhuijzen (UFA) en André de Vries (manager Visgroothandelaren Urk en Bedrijvenkring Urk).